studio van Dusseldorp
Wil van Dusseldorp
la France profonde

opening in De Pontmuseum voor hedendaagse kunst op zaterdagmiddag 9 maart 15.00 uur door Hendrik Driessen.


Studio van Dusseldorp heet de galerie op een steenworp afstand van Museum De Pont, die Wil van Dusseldorp (Medan, Indonesië, 1936) sinds twaalf jaar samen met zijn vrouw runt. De naam herinnert aan de tijd dat hij beroepsfotograaf was en de benedenverdieping van het woonhuis aan het Wilhelminapark in gebruik was als fotostudio. Van Dusseldorp was gespecialiseerd in architectuurfotografie en technische foto’s, die hij veelal in opdracht maakte. De tentoonstelling in de projectzaal toont een andere facet van zijn fotografie. De expositie is gewijd aan een serie foto’s, die is ontstaan in Saillac, een klein plattelandsdorpje in het departement Lot.
Begin jaren ‘70 kozen Van Dusseldorp en zijn vrouw deze streek in het zuidwesten van Frankrijk als vaste zomerverblijfplaats. In de afgelopen decennia waren zij er getuige van de ingrijpende veranderingen, die zich ook daar op het platteland voltrokken. Wat begon als een aantal incidentele foto’s, groeide in de loop van twintig jaar uit tot een samenhangende reeks over een cultuur die nu tot het verleden behoort. De serie vormt een tweeluik. Er zijn de portretten in zwart-wit, die Van Dusseldorp begin jaren ‘70 maakte van de weinige bewoners die het dorpje telde: boer Raymond Conte met een schaap op de dorpel van de stal, de elektricien Monsieur Menard met een warrige bos draden in de hand en de oude Monsieur Castelnaud, die krom liep van de reuma. De haarscherpe foto’s zijn in een contrastrijk zwart-wit. Geen detail ontsnapt aan de aandacht, tot en met de structuur van het groezelige onderhemd van Monsieur Fernand. Daarnaast is er een reeks kleurenfoto’s uit de jaren tachtig toen verdere ontvolking van de toch al dunbevolkte streek het einde betekende van het traditionele boerenbedrijf. Van Dusseldorp heeft de stille getuigen daarvan vastgelegd in foto’s van een stuk wand in een boerenschuur of een verloren hoekje op een erf. Tegen een buitenmuur rust een oud, houten wagenwiel, half overwoekerd door opschietend gras. Een verzameling in onbruik geraakte gereedschappen en materialen onder een afdakje moet daar in een periode van vele decennia zijn opgetast: je weet immers nooit of iets nog van pas kan komen. Op de foto’s zijn de tekenen van deze, voor het boerenleven zo kenmerkende schaarstecultuur met grote aandacht in beeld gebracht en komt de verscheidenheid aan vormen en materialen prachtig naar voren. Soms is een enkel detail al genoeg voor een veelzeggend beeld. Door de zorgvuldige beelduitsnede van een verweerde muur zijn een gebogen stuk metaaldraad en een houten dissel onderdeel geworden van een abstracte compositie. Net als de schrijver John Berger in zijn cyclus Into their Labours en Raymond Depardon in zijn filmtrilogie Profils paysans heeft Van Dusseldorp met zijn serie een klein monument opgericht voor een manier van leven die voorgoed voorbij is.


DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
www.trendbeheer.com
“ The sun to rule the day and the moon to rule the night and the stars to give light to the dark.”
Funki Porcini (vrij naar Genesis)

De zon om te heersen over de dag
en de maan om te heersen over de nacht
en de sterren om licht te geven aan het duister...

Een lekker ingewikkelde tekst, noemde Linda het. En veel te lang voor een titel, voegde ze er grijnzend aan toe.
In het gefilterde licht op haar atelier, dronk ik een paar weken geleden koffie met Linda, tussen de schilderijen met lijnen in zwart, wit en grijstonen. Pas nadat we op de zolder naar haar grafiek hadden gekeken - Het drukken dwingt haar om een beeld helder te krijgen, terug te brengen tot de essentie - zag ik de kleur, het voorzichtige rood, het heldere groen, het blauw. En ik realiseerde me dat haar werk niet eenvoudigweg te definiëren is met termen als vorm of kleur, maar dat het vooral en in eerste instantie over licht gaat. Ik realiseerde me dat ik tot nu toe geen verf had gezien, maar reflectie, weerkaatsing, het gloren van de dag, het vallen van het duister. De kleuren in haar schilderijen doemen op als de kleuren in een regenboog, bij de breking van het licht.
En dat in verf op doek...

Ze begon ooit met het tekenen van Afrikaanse beelden in donker zwart houtskool. Tegenover die primitieve vormen zette ze de geometrie, tegenover het duister stelde ze licht. Uiteindelijk werden het schilderijen met cirkels en lijnen. De lijnen bleven. Een docent vroeg zich af of het gebied waarin zij zich bewoog niet te klein was voor een kunstenaar. Enkel zwart, wit en lijnen op een doek. Een terechte vraag voor iemand die vooral de verf ziet. Maar haar werken zijn zoveel meer. In relatie tot de beschouwer ontstaat tussen de lijnen licht en ruimte. Dan blijkt de oneindige diepte van haar onderzoek. Haar zoektocht naar dat waar we geen vinger achter kunnen krijgen. Het ongrijpbare krijgt vorm en materie. De kijker, aangetrokken door de huid van de doeken, blijft achter in een soort van ping-pongspel tussen de materie van het schilderij en het atmosferische licht, precies in het midden van dat dialectische spel gloort er iets van begrip over het bestaan.
…And the stars to give light to the dark

Ik zag Linda die in de stilte en beslotenheid van haar atelier het licht, basis van alle schilderkunst onderzoekt.
Koen sprak ik een paar uur later op een terras in een aangenaam warme herfstzon. De locaties van de gesprekken lijken typerend voor de verschillen tussen deze kunstenaars.
Koen begon zijn carrière als kunstenaar even concreet en figuratief als die van Linda. Niet met Afrikaanse beeldjes, maar als reclame- en striptekenaar. En nog steeds gaat hij de strijd aan met die vakkundigheid, zijn handschrift, met de beheersing van het schrift. Hij zoekt het fysieker. Hij wil niet enkel vanuit de pols werken, niet van achter een bureau. Liever werkt hij als een plantsoenmedewerker of bouwvakker, fysiek en buiten. Midden in het leven, op straat.

Hij zoekt de afstand tot zijn werk, om nog te kunnen weten wat goed is, om zichzelf te betrappen op het kunstje, dat steeds op de loer ligt. Hij mijdt het kunstje en omarmt de fout, de beren op de weg.
Zoals het spieraam, bij een slecht opgespannen doek, waartegen de verf zich ophoopt. Spieraam wordt plank, wordt balk, wordt silicone. Een technische fout wordt procedé. Tekeningen worden tafelkleed, worden kleurplaten voor kinderen om uiteindelijk weer schilderijen te worden.
Koen zoekt naar de eenvoud, naar een beeld waarvan het maakproces zo helder zichtbaar is, dat iedereen het kan maken. Hij houdt van beelden die je samen maakt, die je zelf kan maken. Zijn middelen vindt hij op straat: In de getraliede ramen op Curaçao herkent hij de geometrie van Mondriaan, in het spel van licht en schaduw van golven op een zeebodem ziet hij
hij eenzelfde ritmiek als in het werk van Schoonhoven. Maar hij praat liever over de tralies dan over rasters of geometrisch grid, liever over tropische vegetatie dan over dynamisch kleurgebruik.

Als de zon de dag beheerst, stelt Koen daar de maan. Als hij een techniek teveel beheerst, zoekt hij een probleem, gaat hij te rade bij kinderen van vrienden, bij een copyshop-medewerker, veegt hij een bezem door zijn werk of smeert een doek over een muur. De-scillen, noemt hij dat.
Hij werkt het best met frictie, met weerstand. Van daaruit ontstaan series schilderijen en tekeningen: een serie met bezems, met vouwen, series met schuiven of copyshopprints. En in die fysiek tot stand gekomen series ontstaan vormen die de onontkoombare schoonheid en directheid van de natuur hebben, als tropische planten of het spel van licht en golven op koraal.

Linda zoekt naar de essentie van het leven in het vage gebied tussen licht en donker, zonder dat we dat schemer kunnen noemen. Probeert iets ongrijpbaars als licht te vangen in verf op doek. Koen stelt zichzelf een vergelijkbare onmogelijke taak: Hij ontdoet zich in zijn werk van techniek en vaardigheid om tussen de knulligheid en het toeval dat enkele moment te vinden waarin alles helder lijkt te worden en alles op zijn plaats valt.
In een tijd dat kunst nogal eens ter discussie staat en mensen zich afvragen wat men nog toe te voegen kan hebben aan die eeuwenoude traditie van het schilderen, stellen Linda Arts en Koen Delaere zichzelf heldere en afgebakende kaders om vervolgens de mazen van die zelf opgelegde wetten te onderzoeken en te bevragen. Ze werken in de marges van het vak, Linda met de aandacht van een boeddhistische monnik, Koen met de heftigheid van een Afrikaanse sjamaan . En vinden uiteindelijk - juist in die beperkingen van de schilderkunst - vrijheid, zoals onkruid het best gedijt tussen de tegels.

And the stars to give light to the dark…


Rebecca Nelemans
PERSBERICHT


EXPOSITIE "REFLECTIES IN LIJN EN VORM"
Tentoonstelling met werk van Cathalijn Wouters, tekeningen en schilderijen en Riki Mijling, sculpturen en tekeningen

Expositieduur: 11 september tot en met 15 oktober 2011

Opening: zondag 11 september 2011 om 15.00 door schrijver en columnist Jan Kuitenbrouwer

Studio van Dusseldorp, Wilhelminapark 110 te Tilburg begint het nieuwe kunstseizoen met werk van twee kunstenaars die voor het eerst in Tilburg hun werk tonen.
Cathalijn Wouters (1955) schilderijen en tekeningen
Het nieuwe werk van Cathalijn Wouters wordt abstracter. De mens blijft echter een constante factor in haar even veelzijdige als consistente oeuvre. Maar de altijd met compassie in sierlijke doch sobere lijnen getekende of geschilderde figuren van mannen en vrouwen, altijd naakt met classicistische boventonen, verdwijnen steeds vaker in diepe vlekken van kleur of in zachte kaders. Ze verdwijnen in transparante doosjes en in boeken van licht, of achter de op het canvas geplakte tekeningen van papier, die weer andere emoties toevoegen, als een tweede huid. De betekenisvolle poses van de figuren, met hun verstilde echo’s van Michelangelo, Bacon en Baselitz, vertegenwoordigen de worsteling van de mens met zijn wezen, gespiegeld aan de artistieke en persoonlijke zoektocht van Wouters. Het medium, de techniek of het materiaal doen er niet toe. Ze zijn ondergeschikt aan de thema’s – verlossing, verlangen, ontwikkeling – die Wouters op hoogst eigen en toch universele wijze weet te duiden. In olieverf, houtskool, inkt en was, niet zelden in subtiele, veelgelaagde combinaties, waarin Wouters de kunst van het weglaten verstaat in een intuïtief vertrouwen op serendipiteit, kan de mens afwisselend (zelf)portret, landschap of abstractie zijn. Wat het ook is of doet, er spreekt een nieuw elan van veroverde vrijheid uit haar recente werk.

Riki Mijling (1954) sculpturen en tekeningen
Formeel past het werk van Mijling (1954) binnen de kunststroming die wordt met termen als abstract-geometrische kunst of formele kunst. Nederlandse kunstenaars als Piet Mondriaan en Theo van Doesburg speelden een belangrijke rol bij het ontstaan van deze stroming in de beeldende kunst. Later gaven kunstenaars als Peter Struycken, Ad Dekkers, Bob Bonies en André Volten belangrijke impulsen aan de verdere ontwikkeling van de formele kunst.
In haar oeuvre, waaraan zij sinds 1980 werkt, heeft Mijling binnen het abstract-geometrisch idioom een geheel eigen uitdrukkingsvorm ontwikkeld. Met minimale middelen, vooral variaties op de rechthoek en de cirkel, uitgevoerd in staal en brons, geeft ze haar sculpturen een maximale zeggingskracht.
‘Het is werk dat een moment van rust creëert, dat leidt tot verstilling, concentratie en contemplatie. En ook dat, de weerklank van het werk op de beschouwer, is resonantie. Het is, in Mijlings eigen woorden, “werk dat uitnodigt tot zwijgen’’.’
T.a.v. cultuurredactie / agenda: Expositie ''Reflecties in lijn en vorm'' 11 sept-15 okt

Studio van Dusseldorp, Wilhelminapark 110, 5041 EE Tilburg
tel: 013-5420468; info@studiovandusseldorp.nl; Website: www.studiovandusseldorp.nl
Openingstijden: do t/m zo 13 - 17 uur en op afspraak


DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Marc Mulders (1958) wordt beschouwd als één van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars van dit moment. Zijn oeuvre wordt bepaald door de eeuwige cyclus van leven en dood. Bloemen, dood wild, vis-sen en gevogelte zijn daarbij steeds terugkerende onderwer-pen, die hij in zeer uiteenlopende technieken vastlegt: olieverfschilderijen, aquarellen, foto’s, collages, tekeningen, emaille-op-glas-schilderingen en glas-in-lood.
In dit boek stelt Mulders de bloem centraal, in al haar facetten: van ontluiken en opbloeien tot het verwelken en afsterven. Hij schildert rozen en zonnebloemen in pasteuze verf, in weelderige lagen opgezet. Of papegaaitulpen, steeds in andere levensstadia vastgelegd. Om ze vervolgens in fotocollages te verwerken. Of in atelierfoto’s, waar hij bloemen en schilderijen samenbrengt. En niet te vergeten de tere bloemaquarellen, in strenge eenvoud van lijn en toets gepenseeld, in de traditie van de door hem zo bewonderde Chinese tekenkunst. Mulders’ werk laat zien hoe hij ‘geroerd’ wordt door de kwetsbaarheid van een bloem. ‘Bloem’ is kortom één grote lofzang op de natuur.
Met tekstcitaten van Wim Beeren, Jaap Goedegebuure, Jaap Guldemond, Henk van Os, Hans den Hartog Jager, Rudi Fuchs en Marc Mulders zelf.
Presentatie: Art A'dam, mei 2011, 99 Uitgevers
Blijf! van Caren van Herwaarden is een boek met een vitale, intuïtieve samenstelling. Het is een publicatie zonder formele logica, chronologie, onderwerp of techniek, maar met pagina’s waarin de werken onderling gaan ‘rijmen’, met teksten en citaten die samen met de afbeeldingen een nieuw beeld opleveren. De catalogus zelf roept de zintuiglijke sfeer op die representatief is voor Van Herwaardens manier van kijken en werken.

Diana D. Wind, directeur van het Stedelijk Museum Schiedam, schreef een inleidende tekst voor Blijf!! waarbij zij, tijdens haar verblijf in Florence, op associatieve manier een verbinding maakt tussen het werk van Van Herwaarden en dat van kunstenaars uit voorbije tijden maar ook van nu: Giotto, Michelangelo en Bill Viola. Zij beschrijft overlappende thema’s die in de kunstwereld vaak in een religieuze hoek belanden, terwijl ze van universele menselijke waarde getuigen.

Daarnaast zijn in het boek citaten uit teksten opgenomen die in de afgelopen jaren over het werk van Caren van Herwaarden zijn geschreven (o.a. van Ludo van Halem, conservator Moderne Kunst Rijksmuseum Amsterdam en Arno Kramer, collega en curator van tentoonstellingen over hedendaagse tekenkunst) en gaf dichter Lloyd Haft toestemming om twee van zijn gedichten in Blijf! op te nemen.

Caren van Herwaarden ging met vormgever Ruud Willems het avontuur aan om vanBlijf! een bijzonder boek te maken. Willems maakt geen deel uit van de kunstwereld en kijkt als relatieve buitenstaander naar het werk van Van Herwaarden. In zijn dagelijkse praktijk is hij verantwoordelijk voor de opmaak van een aantal regionale kranten waarin de dagelijkse ontboezemingen van onze wereld met directheid en rauwheid worden gepresenteerd. Kunst functioneert in dit dagelijkse tumult met al zijn taligheid, volheid en krapte in ruimte. Daar overleeft kunst en ook het werk van Caren van Herwaarden.

Blijf! wordt op zondag 20 maart 2011 om 13.00 uur in het auditorium van Museum De Pont, Tilburg gepresenteerd.


DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Op vrijdagavond 8 april om 20.30 uur geeft Niko de Wit in Studio van Dusseldorp een diavoordracht over het gieten van brons volgens de cire perdue methode. Hierin laat hij zien hoe zijn beelden aan betekenis en dimensie kunnen winnen door deze op een bepaalde manier te gieten en te bewerken. Aanmelden voor bijwoning van deze avond per mail lezing@studiovandusseldorp.nl of telefoon 013-5420468
De Pont pakte dit weekeind zoals al eerder aangekondigd, dus uit met niet een maar twee exposities. Naast Robbert Therrien was er ook de expositie van George Meertens te zien. Een expositie die weer typisch iets voor de Pont is. De expositie is klein, maar daardoor niet perse minder van kwaliteit.

Het geselecteerde werk van Meertens onderscheidt zich gedeeltelijk, door het werk op papier, en het werk op doek. Variërend van schilderingen waarbij de verf laag voor laag op elkaar is gezet en er af is gehaald, tot de werken op papier die niet veel met de doorwrochte werken van doen lijken te hebben. De werken op papier zijn veel eerder ‘terloops’ zoals dat in de pers toelichting word genoemd.

Kijkend naar de schilderijen de subtiliteiten van kleuren op elkaar, het ontbreken van iedere vorm van figuratie kan ik het niet laten om wat te mijmeren over Clement Greenberg. Die zich in zijn tekst; Towards a newer lacoön, hard maakt voor de formele aspecten van de schilderkunst. Een tekst waarin hij meent dat de medium specifieke grenzen moeten worden opgezocht. Zodat het medium, net zoals de muziek, veel meer lyrisch over zichzelf kan gaan. Zonder dat daar een ‘externe inhoudelijkheid’ bijgesleept hoeft te worden.Zodat het werk zo om het in Frank vande Veire zijn woorden te zeggen ‘Een lichtpunt van autonomie kan worden’.

George Mertens is een kunstenaar die juist vanuit een allesomvattende houding zoekende houding tot zijn werk komt. Het oplichten van de verf, en de zoekende houding in de omgang met de materialiteit, zorgen ervoor dat zijn werken individueel maar zeker ook een groter gedeelte van een oeuvre de moeite zijn om naar te kijken maar zeker ook om over na te denken.



DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Nieuwsbrief november| december 2010
Studio van Dusseldorp
WINTERREISE
Beste lezer
Na de succesvolle groepsexposities ’Vogels’ (2007), ‘Panorama’(2008), en ‘Miniatuur’ (2009) wordt de traditie van een door Marc Mulders samengestelde expositie voortgezet.
De tentoonstelling ‘Winterreise’ van 21 november 2010 t/m 9 januari 2011 laat werk zien Harm Jan Boven (fotografie), Caren van Herwaarden (aquarellen en tekenachtige objecten), Claudy Jongstra (werken met vilt), Marc Mulders (schilderijen, aquarellen en glas),Anke Roder (schilderijen), Adje Verhoeven en Marc Mulders (licht objecten), Reinoud van Vught (schilderijen en monumentaal )
De tentoonstelling zal worden geopend op 21 november 2010 om 15.00 uur door Hans den Hartog Jager, kunstcriticus en schrijver.
Harm Jan Boven Best (1956)
Hoewel hij afstudeerde als schilder ging in de loop der jaren de camera een steeds belangrijkere rol spelen in zijn beeldende werk. Inmiddels is er een archief van vele duizenden opnamen, het schetsboek van de kunstenaar, waarin de fascinatie voor lichtwerking in het landschap en lichtbronnen in de ruimte een doorlopende constante vormen.
Hij beoefent de fotografie vanuit een pure directe beleving, er komen geen technische bewerkingen of digitale veranderingen aan te pas, in die zin kan men zijn fotografie als 'Raw Photography' benoemen.
De camera wordt gebruikt als gereedschap om een zienswijze, een manier van kijken en reageren vast te leggen. Veel beelden ontstaan in de schemering, het moment dat het licht ongrijpbaar wordt, geheimzinnig en beweeglijk, en een hoge mate van abstractie in zich draagt. De contouren vervagen, de nacht doet haar intrede, de sluitertijd wordt langer.

Caren van Herwaarden Tilburg (1961)

Haar benadering van het lichaam is aards en zinnelijk, opgeladen met erotiek en spiritualiteit, en in de serie kleine aquarellen uitermate gelaagd, transparant en beweeglijk, alsof je met een röntgenbril, een klassieke kinderdroom, naar een perpetuum mobile van zich verstrengelende lichamen kijkt.
Telkens duiken daar, in die kluwen van lichaamsdelen, weer die vormen en gebaren op die uitdrukking geven aan de emoties waaraan we onze menselijke waardigheid en solidariteit ontlenen: troost, tederheid, liefde, opwinding, overgave, extase, het vermogen om fysiek in elkaar op te gaan als verweer tegen verdriet, lijden en dood…’(uit: Almost perfect, door Ludo van Halem, bulletin Stedelijk Museum Schiedam 2005). De serie tekenachtige objecten, die zij voor Winterreise maakte alsmede grote aquarel ‘Zesde dag’ visualiseren de gedachte van Schubert: Tegenslag en reflectie scherpt het verstand en sterkt het gemoed.

Claudy Jongstra Roermond ( 1963)

Claudy Jongstra is een internationaal erkende kunstenaar die het liefst met natuurlijke materialen werkt. De natuur zelf vormt haar inspiratiebron en zij houdt in alle opzichten rekening met de natuur. Door het gebruik van wol, zijde en andere natuurlijke vezels krijgt haar werk een hoge tactiliteit en een bepaalde sensualiteit. Bovendien hebben haar stoffen en kunstwerken heel bijzondere kleureigenschappen door de toepassing van plantaardige kleurstoffen. Zij beschikt over een kudde Drentse heideschapen en is haar eigen plantaardige ververij begonnen. Zij teelt haar eigen verfplanten in het Waddengebied. In samenwerking met twee boeren uit de gemeente Het Bildt is dit najaar de eerste oogst Sint Janskruid, Rode Klaver en Ridderspoor binnengehaald. De teelt kan met het keurmerk 'Waddengoud' worden gecertificeerd, als duurzaam product uit het Waddengebied. De kring van een geheel zelfvoorzienend productieproces is gesloten.


Marc Mulders Tilburg (1958)

Veelzijdig kunstenaar Marc Mulders maakt op landgoed Baest, bij Oirschot, prachtige beelden van de hem omringende natuur, ‘op tijden dat nevel, mist en schemer voor hem het penseel ter hand nemen’.Mulders beschouwt het bos van landgoed De Baest, waar hij sinds 2008 woont, als zijn buitenatelier. Deze parel in de natuur ligt als een verscholen, geheime kamer tussen rechte akkers en eentonige maïsvelden. Hij is in het hart van De Baest vaak te vinden bij de dageraad of tegen zonsondergang. De openbaringen aan licht en kleur die Mulders op die tijden in het landschap ervaart, vangt hij met zijn schildersoog en registreert hij met de camera. Mulders registreert niet alleen met zijn camera, maar wil ook helende beelden scheppen, als tegengif voor de verstoorde harmonie in de natuur. Het gedicht van Wilhelm Muller , waarop Schubert zijn Winterreise componeerde gaat zijns inziens over een ‘stilstand’...een 'bevroren' tijdsbeeld. Zoals de ervaring in de stille sneeuw/vorst als het wit een opmars in vertraging opeist.
Anke Roder Bayreuth (1964)

Anke Roder schildert met encaustiek (bijenwas en pigment ) en olieverf op houtpanelen en aangespoeld wrakhout. Het schilderij wordt laag over laag opgebouwd, waardoor haar werk een diepte krijgt zonder concreet te worden en waarbij men de energie van het schilderproces en de archeologie van het schilderij ervaart.
Zowel bij haar landschappen als ook bij haar plantmotieven wordt het elementaire oerbeeld onderzocht.
De landschappen kennen een scherpe tweedeling , zowel in materiaal als in beeld , bepaald door de horizon.
Deze verbindt de lucht, geschilderd in encaustiek, met aarde of water, geschilderd in pasteuze olieverf.
Materialiteit, licht en kleurwerking worden bepaald door de veranderende kleuren en structuren van de seizoenen.
Bij de botanische schilderijen worden fragmenten van planten geïsoleerd van hun omgeving en tegen een diffuse achtergrond geplaatst. Het wezen en de essentie van de plant in een transparante omgeving laat een serene en poëtische wereld zien. Achter die zichtbare wereld bevindt zich de imaginaire ruimte.

Adje Verhoeven - Layer by Adje Oisterwijk (1970)
In nauwe samenwerking met beeldend kunstenaar Marc Mulders is een bijzondere collectie licht en glasobjecten ontstaan met museale waarde. Deze sculpturen zijn absolute unica’s, grensoverschrijdend en vernieuwend. De stoere herkenbare vormen van Verhoeven smelten bijna samen met de prachtige fragiele glasobjecten van Marc Mulders en bieden zo, als het ware bescherming aan het glas. Verhoeven is steeds op zoek naar balans tussen vorm en transparantie. Zijn inspiratie ligt bij het minimalisme, waar hij graag werkt met puur primaire basisvormen en deze via ordening toepast en zo steeds nieuwe totaalvormen creëert. Zijn ontwerpen kenmerken zich door hun soberheid en stoere uitstraling. De materialen waar hij mee werkt, zijn eerlijke pure materialen die hun oorspronkelijkheid blijven houden.
Reinoud van Vught Goirle (1960)

Kenmerkend voor de schilderkunst en zijn driedimensionale werken van Van Vught is de grote visuele verscheidenheid. In zijn schilderijen, werken op papier en beeldhouwkunst past de schilder niet één, maar vele manieren van benadering toe. Dat geldt niet alleen voor de werken onderling, ook in de afzonderlijke schilderijen worden verschillende mogelijkheden tegen elkaar afgezet. Zo ook in een aantal recente winterse doeken. Hij gebruikt vaak vierkante formaten vanwege het kosmische effect dat hij wil bereiken.’ Ik wil een stuk uit de oneindigheid schilderen en een vierkant is daar het meest geschikt voor omdat een horizontale maat meteen iets landschappelijks oproept en een verticale maat snel aan een uitsnede doet denken. Ik zoek de complexiteit op, en geef gehoor aan de vragen die een werk blijft stellen en die het werk een eigen richting geven. De vragen gaan over fundamentele dingen. De vormen die zich aandienen roepen uiteenlopende associaties op.’aldus Van Vught.





Graag brengen wij u het volgende onder uw aandacht
-Op 19 december 2010 om 13.00 uur gaat in het kader van deze tentoonstelling in de galerie een huisconcert plaatsvinden. De pianist Antal Sporck zal een combinatie van Debussy (een selectie preludes) en Brahms (klavierstucke op.118) spelen, die allebei een gemoedelijk (winters) karakter hebben. Mocht u belangstelling hebben dit concert bij te wonen, dan is het zinvol dit tijdig door te geven d.m.v. een mail .
-Marc Mulders heeft speciaal voor het nieuwe glasmuseum te Leerdam een grote installatie onder de titel ‘The Seven Last Words of Christ ‘ gemaakt. Deze expositie is nog te bezoeken tot 1 januari-2011
- Forbo Flooring is onder de naam ‘Marmoleum Oxyd’ een samenwerking aangegaan met stofontwerper en kunstenaar Claudy Jongstra.
- De DOEN Materiaalprijs van 15.000 euro is dit jaar toegekend aan Claudy Jongstra voor haar Waste Materials; een serie wanddecoraties ofwel murals van Merino wol, ruwe zijde en wol van het Drentse Heideschaap.
-In november verschijnt een artikel van Susan van den Berg over het werk van Anke Roder in het tijdschrift 'Tableau'.

-Reinoud van Vught heeft tot 4 december 2010 een solo-expositie bij Galerie van der Mieden, Antwerpen.
-In december verschijnt in Tilburg Magazine een artikel van Maarten Bokslag over onze galerie en de expositie WINTERREISE.
-Op zaterdag 1 januari 2011 om 17.00 uur zendt de AVRO de documentaire 'Dauw' uit: van Carien Dijkstra en Ben Jurna over Marc Mulders.
-Begin januari wordt de nieuwe catalogus BLIJF (uitgeverij TAB) van Caren van Herwaarden in Amsterdam gepresenteerd.
-In de kunstbijdrage van de glossy 'ANTOINE' ( Bodar) verschijnt eind jan. 2011 een artikel over Marc Mulders.
-George Meertens exposeert van 29 januari t/m 11 maart in de projectruimte van het Pontmuseum Tilburg en heeft gelijktijdig een expositie bij Studio van Dusseldorp.
-Op vrijdagavond 4 februari wordt de expositie met schilderijen van Jan Vosters en beelden van Jo Gijsen door Rick Vercauteren, directeur Museum van Bommel van Dam te Venlo, geopend.
-Op 11 maart start de expositie met recente werken van Niko de Wit en Caren van Herwaarden. Haar troostserie, ‘Il Compianto’, gaat met Pasen naar museo S.Maria della Vita, Bologna, Italië
-Van 10 januari t/m 28 januari is de galerie gesloten.

Website
Informatie over exposities, kunstenaars, werk in stock kunt u ook vinden op www.studiovandusseldorp.nl, waar u zich kunt inschrijven voor onze digitale nieuwsbrief.

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Sporen in de tijd
Han Klinkhamer en Johan Parmentier

Uitgesproken bij gelegenheid van de opening van de gelijknamige tentoonstelling,
op 12 september 2010 In Studio van Dusseldorp te Tilburg door Charles de Mooij,
directeur Noordbrabants Museum

Toen ik op de informatieve website van Han Klinkhamer schilderijen zag van kale,
winterse akkers met sneeuwresten en een hoge horizon, herinnerde ik mij een
uitspraak van Vincent van Gogh, waar ik zo meteen op in wil gaan. Dat ik aan Van
Gogh dacht, komt misschien omdat wij druk bezig zijn met de voorbereiding van het
nieuwe NbM, zoals dat na de verbouwing in 2012 moet gaan functioneren. Zoals u
weet, heeft het NbM een speciale Van Gogh-afdeling met acht schilderijen uit Van
Goghs Brabantse periode. Deze presentatie wordt na de verbouwing nog
prominenter, niet alleen als één van de speerpunten van het museum, maar ook in
het kader van het SSVGB, een samenwerking tussen de Van Goghplaatsen Zundert,
Etten, Tilburg, Nuenen en het NbM. Dit samenwerkingsverband is deze zomer
officieel van start gegaan met het voorbereiden van concrete projecten, zoals een
website, educatieve routes en gezamenlijk activiteiten. Maar laat ik terugkeren naar
Klinkhamer en Van Gogh.

Vincent van Gogh ging in 1883 bij zijn ouders in Nuenen bij Eindhoven wonen. Zijn
bedoeling was om schilder van het boerenleven te worden. Zoals bij eerdere
beslissingen in zijn leven, was ook Van Goghs keuze voor het boerenschilderen
radicaal. Hij gaf er zich met volle overtuiging aan over en kende weinig twijfel. Hij
dacht aan bijna niets anders meer en bracht lange avonden bij de wevers en de
boeren door, tenzij hij aan het tekenen was. Hij wilde een boer zo kunnen schilderen
dat je kon merken dat hij Zola’s boerenroman La Terre had gelezen. Maar de
identificatie ging verder. De hele dag werken op een stuk brood, roken en een glas
drinken en toch de sterren en de oneindige hemel voelen, dat was het leven van de
boeren en dat wilde hij ook voor zichzelf. In een latere brief aan zijn moeder schreef
hij dat hij er nog steeds min of meer uitzag als een boer uit Zundert. En hij verbeeldde
zich soms net zo te voelen en te denken als de boeren. ‘Enfin’, schreef hij, ‘ik ploeg op
mijn doeken zoals zij op hun akkers ’ … en even later … ‘Ik zal mijn hand aan mijn
ploeg houden en mijn voor doortrekken’. Dit soort uitspraken schoten me te binnen
bij het zien van de winterse akker van Han Klinkhamer.

Dat wintergezicht bleek er één te zijn van een hele reeks doeken van modderige of
bevroren geploegde grond in het vale winterlicht, met steeds weer een andere
structuur van lichte en donkere partijen. De sporen van tractoren laten op het land
een grof patroon achter. Het is het landschap van Klinkhamers woonplaats Demen,
bij Ravenstein en het eerste wat hij tegenkomt wanneer hij zijn deur uitstapt. Dat
effect van omgewoelde grond bereikt hij door – net als Van Gogh – in de verf zelf ‘te
ploegen’, zoals hij zijn werkwijze in een radio-interview omschreef. Hij brengt dikke


lagen verf aan, schraapt weer weg, snijdt en krast erin, en bewerkt de materie alsof
het grond is, boerengrond.

Wat zou Van Gogh deze geschilderde akkers mooi gevonden hebben! Evenals
Klinkhamer vond hij de Brabantse natuur erg opwekkend, juist in de winter wanneer
de contrasten sterk zijn en het grillig netwerk van stammen, takken, stengels en
twijgen erom vragen getekend te worden. Van Gogh maakte er schitterende
pentekeningen van met zijn kenmerkende patronen van gearceerde lijnen. Die
voorliefde voor het grafische in de natuur is ook een sterke karakteristiek in het werk
van Klinkhamer. Ook hij is gek op het winterlandschap met zijn sobere kleuren en de
belofte die het kale land inhoudt van de naderende lente. Hij legt het niet alleen vast
in verf op doek maar ook op papier. Ook in het werk op papier wordt veel gekrast en
gesneden en gaan de opstaande randen, de putten en de nieuwe huid meespelen in
de uitdrukking van de natuur in de tekening.

Wanneer de horizon uit het beeld verdwijnt en de natuur in close-up het vertrekpunt
is, balanceert het werk van Klinkhamer tussen herkenbaarheid en abstractie. Maar er
blijft steeds een referentie aan de natuur, via het ritme van takken, bladeren of
verwaaide grassen. Het resultaat is een vertaling van Klinkhamers’ observaties en
herinneringen. Dus geen landschap met torens of boerderijen die het beeld
anekdotisch maken. Het gaat er bij Han Klinkhamer om de natuur van binnenuit te
ervaren en zo weer te geven, dat er voor de kijker voldoende ruimte overblijft voor
zijn eigen gewaarwording. Het schilderij moet – als het goed gelukt is -voor veel
meer staan dan op een gangbaar landschapsbeeld te zien is.

Johan Parmentier – specialist in steensculptuur -zegt eigenlijk iets vergelijkbaars:
‘Binnen structuren die een zekere eenvoud oproepen, probeer ik de volheid, chaos
en complexiteit van het leven te vatten.’ Ook hij tekent intensief: observaties uit de
natuur, vormen, contourlijnen en kleurgradaties die hem treffen legt hij vast in
potlood, houtskool en olieverf. De structuren en verhoudingen die bij dat tekenwerk
naar boven komen bezinken in zijn geheugen en wellen weer op als hij de stenen
uitkiest voor zijn beeldhouwwerk. En ook het landschappelijke element is iets wat
onbewust werkzaam is bij Parmentier. Hij vertelt dat wanneer je in de steengroeven
werkt, je zoveel landschappelijke elementen ervaart, dat die onvermijdelijk een rol
gaan spelen in je werk. Je probeert de natuur in die steen te intensiveren door
bepaalde ingrepen te doen en andere niet.
Wat is er verder eigen aan Parmentiers omgang met de steen?


hij gaat uit van een aantal vage ideeën over wat hij ruimtelijk denkt te kunnen
realiseren,

dan zoekt hij in de steengroeven totdat hij steenvormen vindt waarmee hij
aan de slag kan,

daarna wordt de steen gespleten en komt het inwendige aan het licht,

vervolgens bewerkt hij de stenen met beitel en hamer op een geometrische
manier om zoveel mogelijk facetten aan bod te laten komen,


en tenslotte rangschikt hij ze zodanig dat het geheel meer is dan de
afzonderlijke stenen.
In deze presentatie concentreert Parmentier zich op gips en brons, omdat zijn stenen
beelden staan opgesteld in het Centrum voor ruimtelijke kunst in Lokeren.
Gips of klei gebruikt Parmentier om het definitieve ontwerp voor zijn stenen te
maken, die hij dan al in een bepaalde verhouding heeft gespleten en gekliefd. Met
studies in gips kan hij sneller een en ander uitproberen, voordat de stenen hun
definitieve vorm krijgen. Zijn bronzen beelden zijn een neerslag van zijn tekenwerk. In
tegenstelling tot de stenen sculpturen die uit meerdere elementen zijn samengesteld,
staan de bronzen werken op zich. Net zoals hij bij een tekening tot een oplossing op
één blad komt, komt hij bij brons tot een oplossing binnen één volume.

Bij beide kunstenaars van deze tentoonstelling gaat het om een mooie, bescheiden
vorm van kunst. Maar niet om betekenisloze schoonheid: bij Klinkhamer verwijst
schoonheid naar de levende natuur van zijn woonomgeving, bij Parmentier verwijst
schoonheid naar de geologische structuur van de dode natuur. Of een kunstenaar
geslaagd is in het overstijgen van de materie -de ultieme wens van beiden -is
uiteindelijk ter beoordeling van de beschouwer.

Ik wens u veel genoegen toe bij de bezichtiging van Sporen in de tijd.

(met dank aan Maureen Trappeniers)



DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Paul van Dongen is de tekenaar, etser van de zichtbare werkelijkheid.
In zijn aandacht voor het minutieuze detail van menselijk lichaam, bloem of vergezicht zoekt hij naar het onzichtbare plan dat aan de natuur ten grondslag ligt.
In deze nieuwe tentoonstelling staat de menselijke figuur centraal.
Naakte mannen en vrouwen bevolken het teken- en etspapier.
Met zijn mensfiguren is iets aan de hand.
Ze vallen, kruipen en kronkelen in ootmoedige houdingen die spanning en beweging uitdrukken. Nooit zijn ze zichzelf genoeg, nooit zijn ze in ruste.
Soms lijkt de zwaartekracht te ontbreken, vaak trekt juist de zwaartekracht de figuren dicht naar de grond en lijken de figuren zich niet meer te kunnen oprichten.
In zijn etsen en tekeningen van mensfiguren te zien op deze tentoonstelling worden fijnzinnige details opgenomen in een grote dramatische setting.
Het hart van de tentoonstelling vormen drie monumentale etsen. Voorts toont van Dongen voor het eerst een van zijn monumentale potloodtekeningen.

Nog nooit bracht Paul van Dongen zijn naakten zo ‘tastbaar’ in beeld.
De expositie, die duurt van 21 maart t/m 25 april, wordt op zondag 21 maart geopend door schrijver Willem Jan Otten.

Verder zullen, gedurende deze periode, ook alle stockwerken van onze kunstenaars getoond worden.

De verwantschap van het verschil
Linda Arts en Reinoud van Vught

Op voorhand kun je je niet zo goed iets voorstellen bij een gezamenlijke expositie van Linda Arts en Reinoud van Vught. Je treft ze in levende lijve wel regelmatig in elkaars gezelschap aan, zodat er een vermoeden is van een kunstzinnige verwantschap, maar die kun je niet verbinden aan de uiterlijke gedaante van hun werk, want die is net zo verschillend als de manier waarop ze als persoon uiterlijk verschillen. Er moet dus sprake zijn van een verbintenis die aan het uiterlijk vertoon voorbij gaat en die te maken heeft met een ervaring die niet zozeer met de visuele waarneming van doen heeft, maar eerder met een ondervinding die je gewaarwording kunt noemen, de verwantschap van het verschil.

Linda Arts en Reinoud van Vught maken allebei schilderijen. Dat is een overeenkomst die nog niets te betekenen heeft, want die afzonderlijke schilderijen hebben een verwantschap die je nauwelijks aan visuele referenties kunt verbinden, maar wel aan atmosferische componenten als licht en ruimte. Want daar gaat hun beider werk over. Arts maakt daarbij de keuze voor een gestrengheid van beperking in kleur en vormentaal die vooral een optische sensatie veroorzaakt die je als beschouwer rationeel probeert te verklaren om daarin jammerlijk te mislukken. Van Vught kiest voor een kleurrijk palet en referenties aan natuurlijk vormen van groei, bloei en verval die je als kijker gevoelsmatig ondergaat. Maar die rationele en gevoelsmatige ontdekkingen hebben de gelijkwaardige sensatie dat je iets raadselachtigs in je eigen blik ondergaat, waarvoor je geen verklaring in hun schilderijen vindt.

Tegenover de schilderijen van Arts en Van Vught onderga je iets ruimtelijks dat zich tussen jou en het kunstwerk in bevindt, en waarin je blik zich oplost, waarin je wordt opgenomen, waar je deel van uit gaat maken. Je wordt het schilderij. Daarmee worden die schilderijen uiterst persoonlijk van karakter, niet zozeer in de manier waarop de kunstenaar zich met zijn schilderij vereenzelvigt, maar in de wijze waarop je als beschouwer buiten jezelf treedt om toegang tot het werk te krijgen. Om tot deze schilderijen door te dringen, moet je het eigen standpunt verlaten en vergeten wat je tot nu toe hebt gezien en waar je wereldbeeld op is gebaseerd.

Dat schilderijen daartoe in staat zijn, is een specifieke kwaliteit die in andere middelen waarin de kunst zich uitdrukt in veel mindere mate wordt ondergaan. Tekeningen laten zich vooral voorstaan op een vorm van persoonlijke intimiteit en een voorlopige aanwezigheid. Sculpturen manifesteren zich juist nadrukkelijk en onafwendbaar. De enige die zich ervan af kan wenden is de beschouwer; het beeld zelf doet dat niet. Film en video of andere werken met een tijdsverloop omcirkelen de kijker en kaderen hem in. De performance brengt een tijdelijke uiteenzetting tot stand die een confrontatie is met je onverschilligheid ten aanzien van menselijk gedrag die je begrip ervoor overstijgt, waardoor je des te harder op jezelf terugvalt. Grafiek heeft als eerste beweegreden dat het op de hand kan worden bekeken en dat het de tastzin van de ogen aanspreekt. Het schilderij daarentegen is altijd eropuit om buiten zichzelf te treden en in de ruimte die tussen hem en de kijker ontstaat een emotionaliteit te realiseren die je niet kunt duiden of herkennen. Dat kan voor al die andere vormen van kunst ook gelden, maar in de schilderkunst is het de eerste voorwaarde voor de geloofwaardigheid van de zelfstandigheid van het kunstwerk. Je treft het niet aan in het doek of in de verf, maar daarbuiten. Daarom moet je ook altijd enige afstand tot het schilderij bewaren, omdat je anders de ruimte teniet doet die aan de schilder is voorbehouden. Natuurlijk is het verleidelijk om de verf op het doek aan te raken, maar daaraan toegeven is een inbreuk op de privacy van de kunstenaar. Met hoeveel mensen je ook een schilderij kunt bekijken, het is nooit een collectieve aangelegenheid. Andere mensen staan bij het bekijken van een schilderij altijd in de weg, zelfs als ze op een paar meter afstand pas in de deurpost van de tentoonstellingsruimte staan. Het is toch alsof iemand over je schouder meeleest in je boek, een passage die je in de persoonlijkste betrekking tussen jezelf en de tekst ondergaat en die zelfs voorbij gaat aan wat we intimiteit noemen, omdat die in feite alleen tussen twee wezens tot stand kan komen. Tussen de kijker en het schilderij komt iets anders tot stand dat je ruimtelijke verlatenheid kunt noemen. Je weet niet waar je bent en waar je naar kijkt.

De titel van deze tentoonstelling bij Stduio Van Dusseldorp, ‘Xtrapolair’ suggereert dat er een tegengestelde intentie bij de kunstenaars aanwezig is. Dat is tot op zekere hoogte zo en dat is afleesbaar aan het uiterlijk van hun werk en hoe zich dat heeft ontwikkelt. Daaraan voorbij gaat echter hun beider oogmerk om door middel van vaste materie, verf op doek of paneel, een ongrijpbare en zelfs onzichtbare verbinding tot stand te brengen tussen wie ze zijn en wat ze laten zien. Daar zit niets tussen en toch is het een oneindige ruimte waarin je als kijker de vrijheid hebt om er eindeloos in te verblijven.

Linda Arts en Reinoud van Vught maken die verlatenheid aan de kijker gewaar, maar wat zij teweegbrengen, daarvoor ben je zelf minstens zo verantwoordelijk. Dat is ook een kwaliteit van de schilderkunst die nogal eens wordt veronachtzaamd, maar waar je bij deze kunstenaars niet omheen kunt. Zij hebben weliswaar iets ongevraagd gemaakt, wat ze de kijker voorhouden, maar daarmee zijn ze nog niet verantwoordelijk voor de verhouding die de kijker ermee aangaat. Daarvoor ben je als kijker toch op jezelf aangewezen. Je gaat daarbij voorbij aan de vraag wat je ziet of wat het schilderij voorstelt, of zelfs waarover het gaat. Bij deze schilderijen doet dat allemaal niet ter zake als je bij jezelf te rade gaat wat jij te betekenen hebt in relatie tot dit werk: waar sta jij voor, wat stel jij voor, waar gaat het bij jou over. Nou, je staat voor een schilderij van Reinoud van Vught of Linda Arts en je stelt voor om die aandachtiger te bekijken dan je van tevoren van plan was en het gaat erover dat je alleen in jezelf kunt aantreffen wat het kunstwerk voor jou betekent en dat je daarvoor niet bij de kunstenaar te rade kunt gaan.

Alex de Vries
15 november 2009

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF

DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Eugène Brands (†), gouaches
Marc Mulders, olieverf en aquarel met collages
Reinoud van Vught, olieverf en werken op papier
Ru van Rossem, etsen en tekeningen
Johan Parmentier, bronzen sculpturen.
DOWNLOAD NIEUWSBRIEF
Abonneren op de nieuwsbrief
email:
Galerie
Nieuws
Route
Nieuwsbrief
Contact
Links
Exposities
Kunsenaars